title

description

title title

title

description

title title

title

description

title title

title

description

title title

title

description

title title

title

description

title title

title

description

title title

title

description

title title

title

description

title title

title

description

title title
Home reglement 2011

postheadericon reglement 2011 standaard tractoren

HOOFDSTUK 17 S-DIVISIE – STANDAARDKLASSE

pdf

A. Deelname:

reglement 2011 standaard tractoren

 

1. De deelnemer moet dit reglement ter kennis nemen en dient van het reglement goed op de hoogte te zijn.

2. De deelnemer dient ten minste 18 jaar oud te zijn of in het bezit van een geldig (tractor-)rijbewijs. Een bromfietscertificaat wordt niet als geldig rijbewijs gezien. Een deelnemer met een lopende ontzegging uit de rijbevoegdheid mag niet deelnemen.

3. De deelnemer neemt geheel op eigen risico deel aan de wedstrijd.

4. De tractor dient te allen tijde WA+ verzekerd te zijn, ook geldig voor deelname aan wedstrijden. Voor aanvang van de wedstrijd dient men hiervoor te tekenen.

5. Per klasse kan slechts eenmaal met dezelfde tractor worden gereden.

6. Er volgt een schorsing van de tractor, alle onderdelen waar de tractor uit bestaat en de deelnemer voor één (1) jaar en tien (10) dagen zodra er gefraudeerd wordt:

- bij de meting van het vermogen

- bij de meting van het toerental

- door onreglementair gebruik van vloeistoffen, gassen of andere toevoegingen, die bedoeld zijn om het motorvermogen te beïnvloeden.

7. Bij een tractor die meer dan 110 pk aan de aftakas geeft, moet de vermogensmeting gebeuren op een 1000 toeren aftakas.

8. Tijdens de vermogensmeting is het gebruik van communicatieapparatuur (zoals telefoons, mobilofoons, portofoons e.d.) door de deelnemer in de tractor niet toegestaan. 9. Na de trekpoging moet de tractor binnen de wedstrijdruimte blijven, totdat een NTTO-functionaris toestemming geeft om deze ruimte te verlaten. 10. De deelnemer dient zelf de mogelijkheid te bieden om bij de tractor het toerental of het vermogen te kunnen meten. De controle hiervan kan gebeuren vanaf het moment dat de tractor op de weegbrug staat tot het einde van de klasse. Indien de meting om welke reden dan ook niet binnen drie (3) minuten lukt of dat er geen meting mogelijk is of als de limiet overschreden wordt, volgt diskwalificatie van de trekpoging en uitsluiting van deelname van de tractor voor de (rest van de) wedstrijd. De NTTO heeft het recht om het vermogen van een tractor al voorafgaande aan de wedstrijd te controleren. Indien dan de limiet wordt overschreden van de ingeschreven klasse, volgt uitsluiting van deelname van de tractor voor de (rest van de) wedstrijd.

11. Een NTTO functionaris heeft het recht om tijdens de wedstrijd op de brandstofpomp van de tractor zogenaamde zegellak te bevestigen, waarna het niet meer toegestaan is dat de deelnemer de brandstofpomp verstelt vóór de controle van het vermogen van de tractor.

B. Algemeen

 

1. De gewichten van de standaardklassen met de limieten/beperkingen:

2500 kg: maximaal vier cilinders zonder drukvulling

maximaal 70 pk aan de aftakas

3500 kg: maximaal drie cilinders met drukvulling of vier cilinders zonder drukvulling

maximaal 85 pk aan de aftakas

4500 kg: maximaal vier cilinders met drukvulling of zes cilinders zonder drukvulling

maximaal 110 pk aan de aftakas

5500 kg: maximaal zes cilinders met drukvulling of acht cilinders zonder drukvulling

maximaal 140 pk aan de aftakas

7000 kg: maximaal 165 pk aan de aftakas

9000 kg: maximaal 220 pk aan de aftakas 11000 kg: maximaal 400 pk aan de aftakas

2. De tractor dient wedstrijdklaar te worden gewogen. De genoemde gewichten zijn dus inclusief deelnemer, olie, water, brandstof en veiligheids-voorzieningen.

3. De tractor moet een standaard landbouwtractor zijn zonder wijzigingen.

4. Er mag gebruik worden gemaakt van een vervangende turbo, mits deze aan dezelfde specificaties voldoet als de origineel geleverde turbo. 5. De standaard complete hefinrichting en standaard aftakas moeten aanwezig zijn. De hefarmen dienen de gehele wedstrijd omlaag te zitten. In de 11000 kg is de aanwezigheid van hefarmen en heflatten niet verplicht.

6. De tractor moet voorzien zijn van een goed werkende aftakaskoppeling en een slingervrije aftakas die soepel aan te koppelen is. 7. Bij twijfel aan de legaliteit van een deelnemend voertuig, dient de deelnemer in kwestie te kunnen aantonen dat er 150 tractoren van het betreffende merk en type zijn gefabriceerd door middel van een door een notaris gelegaliseerde verklaring van de fabrikant en het overleggen van onderdelennummers.

8. De tractor moet ooit door een fabriek of erkende importeur in deze staat zijn geleverd. Bij twijfel is het aan de deelnemer om de legaliteit van de tractor te bewijzen. 9. Als brandstof mag alleen gebruik gemaakt worden van normale dieselolie. Dieselolie wordt door de NTTO gedefinieerd als een koolwaterstofverbinding. De NTTO kan de dieselolie testen op basis van de diëlectrische constante. Deze kan alleen worden vastgesteld door een door de NTTO toegelaten brandstofmeter. Deze meter gebruikt cyclohexaan om een referentiewaarde vast te stellen, waarmee alle diëlectrische constanten van de toegepaste diesel bepaald worden. Voor de diesel die toegelaten is voor evenementen onder auspiciën van de NTTO dient de waarde van de diëlectrische constante tussen de 2.0 en 4.9 te liggen. Het gebruik van additieven die zuurstof binden, zoals nitromethaan, propyleenoxide dioxaan, MTBE, alcohol, of nitrooxide zijn ten strengste verboden. Het is verboden andere vloeistoffen, brandstoffen of gassen toe te voegen, in te spuiten of te vernevelen in of op enig deel van de tractor. Het toepassen van waterinjectie is verboden. Het gebruik van andere brandstoffen is alleen toegestaan na schriftelijke goedkeuring van het NTTO bestuur. De NTTO behoud zich het recht om te beslissen dat brandstof door de NTTO geleverd wordt welke dan door alle tractoren gebruikt dient te worden.

C. Veiligheid:

 

1. De uitlaat van een tractor met een turbo dient voorzien te zijn van een zichtbaar kruis middels 2 bouten M10 8.8 of hogere kwaliteit op maximaal 250 mm van het uitlaathuis van de turbo, tenzij de standaard uitlaat mét geluidsdemper wordt gebruikt.

2. In alle klassen mag het motortoerental niet meer dan 30% hoger zijn dan het standaard toerental met een maximum van 2700 omw./min.

3. De tractor moet voorzien zijn van een veiligheidscabine of een rolbeugel (hierna ROP te noemen). Een ROP moet gemaakt zijn van stalen buizen van minimaal 80 mm x 80 mm x 8 mm. De buizen moeten gelast zijn op twee stalen platen die minimaal 30 mm dik zijn. Beide platen moeten aan de trompetten van de tractor bevestigd zijn met vier M20 8.8 bouten. In de Standaardklasse tot 2500 kg volstaan buizen van 60 mm x 60 mm x 4 mm en platen van 15 mm dik. In de Standaardklasse tot 3500 kg volstaan buizen van 70 mm x 70 mm x 4 mm en platen van 15 mm dik. In de Standaardklasse tot 4500 kg volstaan buizen van 80 mm x 80 mm x 4,5 mm en platen van 20 mm dik. In de Standaardklasse tot 5500 kg volstaan buizen van 80 mm x 80 mm x 6,3 mm en platen van 30 mm dik. Indien denkbeeldig een lat op de voorkant van de neus van de tractor tot bovenop de ROP gelegd wordt, dient de deelnemer, zittend op

stoel, onder die denkbeeldige lat te blijven. De ROP heeft als doel de deelnemer te beschermen in het geval de tractor over de kop gaat tijdens een wedstrijd. Het ontwerp, of een ROP die is gebouwd volgens de gegeven specificaties, moet niet worden beschouwd als een automatische garantie dat deze altijd voldoende bescherming biedt voor de deelnemer tijdens een ongeval. De ROP-specificaties moeten worden gezien als minimum eisen en adviserende richtlijnen. De NTTO kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de consequenties voortkomend uit toepassing van de ROP-specificaties of het niet functioneren van desbetreffende veiligheidsvoorziening.

4. Reclameborden zijn toegestaan, mits deze niet buiten de tractor uitsteken en het zicht van de deelnemer niet belemmeren. Met uitzondering van borden draaiend gemonteerd in het wiel mogen borden niet beweegbaar aan de tractor zijn gemonteerd.

D. Banden:

 

1. De tractor mag alleen voorzien zijn van rubberbanden. Stalen kammen, rupsbanden, kettingen of iets dergelijks zijn niet toegestaan.

2. De banden mogen niet opgesneden of afgeschuind zijn. Pullerbanden zijn niet toegestaan.

3. De bandenmaat en het gebruik van dubbellucht is vrij.

4. De totale breedte van de tractor mag niet meer dan 3000 mm bedragen.

5. Een dubbelluchtwiel dient buiten de normale bevestiging een voorziening te hebben die losbreken moet voorkomen.

E. Steigerbegrenzers:

 

1. Steigerbegrenzers zijn verplicht, behalve voor vierwiel aangedreven tractoren in de 7000, 9000 en 11000 kg klassen die al het verplaatsbaar gewicht (ballast) vóór de vooras bevestigd hebben.

2. De hefinrichting mag worden gebruikt op voorwaarde dat deze degelijk is geblokkeerd en eventueel aanwezige snelkoppelingen degelijk zijn vergrendeld.

3. Steigerbegrenzer en trekhaak mogen op geen enkele manier met elkaar verbonden zijn.

4. De steigerbegrenzers moeten het voertuig kunnen dragen in de zwaarste gewichtsklasse waarin het deelneemt.

5. De steigerbegrenzers dienen te voldoen aan de maatvoering volgens figuur 31.

6. Er mag geen verbinding zijn tussen beide hefarmen.

F. Trekhaak:

 

1. De trekhaak moet zodanig geconstrueerd zijn dat er geen verbinding is met een punt hoger dan de hartlijn van de achteras.

2. De trekhaak moet in alle richtingen spelingvrij gemonteerd zijn.

3. De trekhaak dient horizontaal gemonteerd te zijn met een tolerantie van maximaal 10 graden.

4. Het aanhaakpunt mag maximaal 500 mm hoog zijn, gemeten vanaf de grond.

5. Bij een tractor met voorasvering wordt de trekhaakhoogte gemeten in de laagst mogelijke stand van de voorasvering. 6. Een trekhaak korter dan 450 mm uit het hart van het achterwiel is niet toegestaan.

7. De trekhaak dient te zijn voorzien van een aanhaakgat met een diameter van 75 mm.

8. Een zwaaihaak is toegestaan, mits deze is voorzien van een aanhaakgat met een diameter van 75 mm. Hiervoor mag men een zelf meegebrachte ring gebruiken die voldoet aan de maatvoering van figuur 32 (bijvoorbeeld een topschalm uit de hijswereld). Hierbij wordt de lengte en hoogte van de vaste trekhaak gehanteerd.

9. De trekhaak dient te voldoen aan de maatvoering volgens figuur 32.

10. Een ruimte van 150 mm breed en 300 mm hoog boven de trekhaak dient vrij te blijven van elk obstakel (inclusief gewichten en steigerbegrenzers) voor gemakkelijk aan- en afkoppelen aan de sleepwagen.

11. De tractor moet zijn voorzien van een degelijke front-aanhaakmogelijkheid.

G. Gewichten:

 

1. De ballastgewichten mogen niet achter de achterwielen uitsteken.

2. De ballastgewichten mogen de deelnemer niet hinderen en geen gevaar opleveren.

3. De ballastgewichten moeten stevig en niet beweegbaar aan de tractor bevestigd zijn.

4. De frontgewicht(en) en/of gewichtendrager mogen niet verder dan 850 mm voor het voertuig uitsteken, gemeten vanaf de voorkant van de grill, exclusief trekhaak. In de 7000, 9000 en 11000 kg klassen geldt hiervoor een maximum van 1100 mm.

5. Een deelnemer moet met zijn tractor op een normale manier over de weegbrug kunnen rijden, zonder dat hierbij gewichten op enigerlei wijze de weegbrug raken.

In gevallen waarin dit standaardklasse tractoren reglement niet voorziet, wordt gebruik gemaakt van de van toepassing zijnde reglementen elders in dit reglementenboek.

steiger

topschalm